Hoe zit het met zwarte lijsten?

Wanneer men het heeft over duurzame financiële producten wordt vaak in de eerste plaats gedacht aan het verbieden van de financiering van ondernemingen of landen die onethisch of niet maatschappelijk verantwoord handelen.

Een voordehand liggende manier om zo een verbod te organiseren, is het opstellen van een zwarte lijst van ondernemingen en landen die men niet mag financieren via een duurzaam product.

Op het internet zijn verscheidene zulke zwarte lijsten te vinden. Er zijn lijsten opgemaakt door onderzoeksinstellingen, ngo’s, kranten, aanbieders en sectororganisaties. Deze lijsten zijn echter niet allemaal dezelfde. De verschillen zijn onder andere het gevolg van: de gebruikte criteria, de gehanteerde onderzoeksmethodes, de beschikbare informatie, de onderzochte periode, enz.

Hoewel een zwarte lijst het voordeel van de duidelijkheid heeft, zijn er toch enkele aandachtspunten te melden:

  • Een zwarte lijst is enkel werkbaar als er maar één is. Dit vereist dus één door alle betrokkenen aanvaarde autoriteit, die bepaalt wie er op de unieke lijst komt.
  • Er moet een maatschappelijk draagvlak te zijn voor de criteria die gebruikt worden om een bedrijf of overheid op de lijst te zetten.
  • Een bedrijf of overheid die op de lijst komt te staan, moet de mogelijkheid hebben om in beroep te gaan tegen deze vermelding.
  • De lijst moet publiek zijn en de criteria en samenstelling moeten transparant zijn.

Het uitsluiten van bepaalde bedrijven en regimes is essentieel maar is op zich niet voldoende om tot een duurzaam financieel product te komen. Daarnaast is er ook nood aan een duurzaamheidsstrategie, transparantie, rapportering en controle. Een beleggingsproduct dat zich louter beperkt tot het vermijden van beleggingen in bedrijven en landen op een zwarte lijst, is volgens de Febelfin aanpak niet duurzaam.